Fins onderwijs

Mijn post over het Fins onderwijs, welke ik had geplaatst op het MLI blog:

Ik heb de onderstaande video uitgezeten. Volgens mij moet je daar 40+ voor zijn. Onze studenten kan je zoiets niet aandoen?  Zeer interessant verhaal.
De video is al eerder door Andrei aangedragen?

Maar we blijven natuurlijk Nederlanders en zijn altijd zeer kritisch op zaken die elders beter lijken te gaan. Daarom , onderaan deze post, een artikel uit de correspondent van Johannes Visser:  Het was even gedoe om het artikel gekopieerd in deze post te krijgen.

Mijn voorkeur? Ik geloof in vertrouwen en zou al die tijd en menskracht besteedt aan regelgeving (Examen commissies, Toetscommissies enz) en het maken en controleren van toetsen, beter kunnen gebruiken voor het verbeteren van mijn onderwijs. Maar ik ben het ook eens met Hattie dat onderwijs draait om de impact van de docent op de student en dat je deze wel op één of andere manier moet meten.  Het leven is niet simpel 🙁 En dan komt Gert Verbiest met de mededeling dat onderwijs niet alleen om leren gaat, maar ook om cultuur en persoonsvorming 🙁 . Nu beschouw ik mij op het HBO absoluut niet als opvoeder. Dat kunnen de 17 plus jarigen uitstekend zelf.

Finland is niet het beste jongetje van de klas.

Nu het grote internationale PISA-onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs weer is gepubliceerd, zal de traditionele lofzang op het Finse onderwijsmodel weer klinken. Maar dat is niet helemaal terecht. Als je tenminste vindt dat leerlingen het ook leuk mogen hebben op school.

Op internet geldt de wet van Godwin. Die wet stelt dat de waarschijnlijkheid dat er een vergelijking met nazi’s of Hitler wordt gemaakt 1 nadert, naarmate een discussie op internet vordert. Naarmate een discussie over onderwijs vordert, nadert de waarschijnlijkheid dat iemand begint over het Finse onderwijsmodel, ook 1.

De Godfin.

De oorzaak? Finland doet het altijd zeer goed in het grote PISA-onderzoek, een driejaarlijks internationaal vergelijkend onderzoek dat vijftienjarigen toetst op drie vaardigheden: lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Vorige week publiceerde OECD het laatste PISA-rapport. Lees het hele rapport hier. Shanghai (In China doen alleen leerlingen uit Shanghai mee) scoort het best op alle drie de vaardigheden, gevolgd door een aantal Oost-Aziatische landen.

En hoewel Finland in alle drie de ranglijsten iets zakt (op wiskunde van 6 naar 12, op natuurwetenschappen van 2 naar 6 en op lezen van 3 naar 6), is het land nog altijd het beste jongetje van de Europese klas. Het land moet op wiskundig vlak Nederland, Zwitserland en Liechtenstein voor laten gaan, maar scoort op lezen en natuurwetenschappen het beste van Europa. Ook de komende drie jaar is Finland dus, zoals altijd, het rolmodel in het onderwijs en zal in in alle discussie – op internet, in de krant en in de politiek – wederom niet ontkomen aan de Godfin.

PISA is geen heilige graal

Maar er is ook een ander, minder florissant beeld te schetsen van het Finse onderwijs. Hoewel het beeld bestaat dat PISA de kwaliteit van onderwijssystemen wereldwijd meet, worden leerlingen in het onderzoek slechts op drie vaardigheden getoetst: lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. En dat terwijl een leerling in 4 vwo minimaal twaalf vakken volgt. Vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, Frans en Duits worden niet getoetst. Dat is ook vrijwel onmogelijk, want Willem van Oranje is voor Spaanse leerlingen net zo belangrijk als El Cid voor Nederlandse.

Wat PISA ons dus kan zeggen over het Finse onderwijs, is niet meer dan dat Finse leerlingen het goed doen op drie vaardigheden. In ieder geval één van die vaardigheden wordt bovendien niet alleen op school aangeleerd. Want hoe graag ik mijn leerlingen ook wil leren lezen, de leerling die van kind af aan thuis is voorgelezen, alles van Roald Dahl heeft gelezen en af en toe een krantenberichtje onder zijn neus gedrukt krijgt door zijn vader of moeder, scoort beter op leesvaardigheidstoetsen dan de leerling die zijn jeugd achter de Playstation heeft doorgebracht. Vooral veel allochtone leerlingen in 5 havo hebben moeite met het vak Nederlands, terwijl zij vanaf de bassischool hetzelfde onderwijs hebben gehad als hun klasgenoten.

Hebben we er nog een beetje zin in?

Hoewel er op PISA veel aan te merken valt, is Finland toch het lichtend voorbeeld voor zowel ranglijstfanaten als vrije-onderwijsgeesten. Steevast worden de goede PISA-resultaten gekoppeld aan het feit dat alle leraren in Finland universitair geschoold zijn, aan het vertrouwen dat de Finse docent zou genieten, aan de weinige toetsen die leerlingen krijgen, aan het ontbreken van een eindexamen of aan de hoge status van de leraar aldaar. Een meer voor de hand liggende verklaring, namelijk dat in het Finse onderwijs de nadruk ligt op de drie getoetste vaardigheden bijvoorbeeld (Finse leerlingen hebben al natuur- en scheikunde vanaf groep-8-leeftijd), wordt meestal niet gegeven.

Niet alleen is onderwijs meer dan de drie door PISA getoetste vaardigheden, onderwijs is ook meer dan het curriculum. Ik wil graag dat mijn leerlingen het verschil tussen hun en hen kennen (of, lager ingezet: tussen hun en zij), maar het is toch niet de bedoeling dat ze angstdromen hebben over de beknopte bijzin.

Minder bekend is dat het PISA-onderzoek zich ook richt op het welbevinden van leerlingen op school. Weggestopt op pagina 21 van het PISA-rapport vinden we de volgende grafiek, die laat zien welk percentage leerlingen in een land aangeeft blij te zijn op school.

Bron: PISA (OECD). Illustratie: Momkai

Finland scoort ver onder het gemiddelde van landen die meedoen aan het PISA-onderzoek en houdt slechts vier landen onder zich. Dat is geen incident. Ook in het rapport ‘Social determinants of health and well-being among young people’, Lees het gehele rapport hier. onderdeel van de studie ‘Health behaviour in school-aged children (HBSC)’, uitgevoerd in opdracht van de World Health Organization, geven weinig Finse leerlingen aan school (heel) leuk te vinden.

Bron: HBSC. Illustratie: Momkai

Het is gemakkelijk om die grafiek te verklaren aan de hand van culturele verschillen: Finnen zijn nu eenmaal depressiever van aard en dat zal wel komen doordat het in Finland in de winter maar nauwelijks licht is. Maar van die vermeende depressieve volksaard van de Finnen blijkt in ieder geval uit de statistieken niets. In hetzelfde HBSC-onderzoek geven Finse jongeren van vijftien jaar (de leeftijd waarop kinderen deelnemen aan het PISA-onderzoek) namelijk aan juist heel tevreden Zie bladzijde 73 van dit rapport. te zijn met hun leven. Finse vijftienjarigen scoren ver boven het gemiddelde en alleen hun Nederlandse en Vlaamse leeftijdsgenoten geven aan tevredener te zijn. En ook Finse volwassenen behoren tot de gelukkigsten ter wereld. Zie ook deze index. De Finse vijftienjarigen lijken dus gelukkig óndanks hun school, niet dankzij hun school.

Opvallend is ook de plek van Estland en Polen in bovenstaande grafiek. Beide landen doen het in het vorige week gepubliceerde PISA-onderzoek erg goed. Ten opzichte van 2009 verbetert Estland zich op alle drie de getoetste vaardigheden en het land behoort nu tot de Europese top. Ook in Polen liggen alle drie de scores een stuk hoger dan drie jaar geleden en ook dat land bevindt zich nu in de hoogste Europese regionen. De twee landen bungelen tevens onderaan wanneer het gaat om schoolgeluk. Wederom niet alleen in het PISA-, maar ook in het HBSC-onderzoek.

Vertrouwen? Meten is weten!

Jaap Dronkers, onderwijssocioloog met een eredoctoraat aan de Universiteit van Turku (Finland), liet onlangs in het Volkskrant-artikel ‘In Finland is onderwijs gebaseerd op vertrouwen’ Lees het artikel hier terug. optekenen dat juist het meten-is-weten-adagium verankerd zit in het Finse onderwijs en dat het land daarin op China lijkt. Dat komt doordat het Finse onderwijs doordrenkt is met toelatingstoetsen, meent Dronkers.

Om Dronkers’ redenering te begrijpen, is het van belang eerst iets over het Finse onderwijsmodel te weten. Het Finse onderwijs kent middle schools, highschools (vergelijkbaar met de bovenbouw van ons vwo) en beroepsonderwijs. Van 7 tot ongeveer 16 jaar gaat iedere leerling naar de middle school en zitten leerlingen van alle niveaus door elkaar. Natuurlijk krijgen leerlingen die moeite hebben met school bijles en kunnen excellerende leerlingen af en toe vooruit werken, maar het programma is verder voor iedereen gelijk.

Na het laatste jaar van de middle school worden de doeners gescheiden van de denkers. Om toegelaten te worden tot een vervolgopleiding (een highschool of een beroepsopleiding), moeten je cijfers voldoende zijn en moet je een toelatingstoets maken voor de opleiding van je keuze. Vooral op de populaire beroepsopleidingen (kapper, verzorger, marketing) is maar beperkt plek en die opleidingen kunnen de meest geschikte leerlingen dus selecteren. Voor de goede leerlingen is er niets aan de hand: zij weten zich verzekerd van een plekje op de highschool. Maar de mindere leergoden moeten alles op alles zetten om te voldoen aan de eisen van de vervolgopleiding en beter te scoren dan hun klasgenoten.

Leren voor de volgende toets

Niet vertrouwen, maar competitie lijkt dus de basis van de Finse middle school. Ik ben daar geen tegenstander van. In mijn lessen gebruik ik geregeld competitieve elementen. Soms scheid ik de jongens van de meisjes, zet ik ze met hun gezichten naar elkaar toe en geef ik een proeftoets. ‘Eens zien of meisjes inderdaad beter zijn in taal.’ En opeens gaan die jongens links achterin, die eigenlijk te slim zijn om havo te doen en daarom een schoolleven lang achterover hangen, aan het werk. Ik trakteer 3 gymnasium op Snickers als de klas gemiddeld beter scoort dan de andere derde klassen. Lukt dat niet? Dan trakteren de leerlingen mij op een broodje kroket.

Ik vind het belangrijk dat de competitieve elementen in mijn lessen iets ludieks hebben. Leerlingen moeten willen winnen, maar het moet ook niet erg zijn om te verliezen. De competitie in mijn klas is bovendien altijd incidenteel. In Finland ligt dat anders. Het systeem lijkt er daar voor te zorgen dat leerlingen, moeten presteren.

Ook van die prestatiedruk zie ik dagelijks de gevolgen. Leerlingen die 3 vwo gehaald hebben met keihard leren, lopen in 4 vwo vast wanneer het niet meer in de eerste plaats gaat om kennis, maar om de toepassing van die kennis. Veel leerlingen staren zich blind op de volgende toets en verliezen uit het oog waarvoor ze eigenlijk op school zitten. Vorig jaar ging ik met de leerlingen uit 4 vwo en hun docent maatschappijleer naar de Tweede Kamer. Op de publieke tribune vroeg een leerling me of ze misschien iets eerder weg mocht.

‘Ik heb morgen een toets.’
Waarover?’
‘De Nederlandse politiek.’

Aan het eind van het jaar zat ik met leerling en ouders om tafel. De stress was haar te veel geworden. Het is daarom misschien niet zo verwonderlijk dat veel Finse vijftienjarigen aangeven onder druk te staan door schoolwerk, zoals uit onderstaande grafiek uit het HSBC-onderzoek blijkt.

Bron: HBSC. Illustratie: Momkai

Het beeld is wederom duidelijk. 67 procent van de vijftienjarige Finse meisjes en 54 procent van de jongens in het HBSC-onderzoek geeft aan zich onder druk gezet te voelen door schoolwerk. Percentages die veel hoger liggen dan het Europees gemiddelde (46 procent en 37 procent). Alleen Turkse, Spaanse en Portugese leerlingen ervaren meer druk.

Leerzame speeltuin

Natuurlijk is het geen optie om dan maar helemaal niet meer te toetsen. Vertel ik 5 havo morgen dat ze de rest van het jaar geen toetsen meer hebben, dan heeft overmorgen niemand z’n boek mee en vraagt een leerling aan het eind van het jaar waar het eindexamen eigenlijk over gaat.

Het beste onderwijssysteem is niet het systeem waarin leerlingen slechts uitblinken in lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Evenmin is het beste onderwijssysteem een systeem waarin leerlingen alleen maar hoeven te doen wat zij leuk vinden. Het beste onderwijssysteem weet die twee te combineren.

Er is een land dat het overigens al jaren goed doet in het PISA-onderzoek. Een land dat beter rekent dan de Finnen en dat op natuurwetenschap en lezen al jaren tot de Europese top behoort. Niet alleen scoren de leerlingen er goed op cognitieve vaardigheden, ook geven zij aan gelukkig te zijn op school. Zij ervaren minder druk dan hun Finse leeftijdsgenoten, maar hun school is ook geen speeltuin. Misschien is dat het land dat het best weet te combineren.

Dat land is Nederland.

Posted in LA4 Beleid, Master_MLI Tagged with:

Voorstel voor LA4

Voorstel onderwerp LA4 Henk Massink  Titel: Internationalisering Delta Academy

Inleiding

De Delta Academy (DA) bestaat uit de opleidingen Civiele Techniek, Aquatische Ecotechnologie en Delta Management. De eerste twee opleidingen hebben Nederlandse groepen en internationale groepen. Delta Management bestaat uit alleen internationale groepen. Voor alle duidelijkheid , in de internationale groepen bevinden zich ook Nederlandse studenten. Naast de drie opleidingen zijn er vier onderzoeksgroepen: Aquacultuur, Building with Nature, Watertechnologie en (gebieds) Veiligheid. Onderwijs en Onderzoek zijn sterk geïntegreerd.

Missie DA

De Delta Academy draagt bij aan de toestroom van voldoende en goed opgeleide professionals naar de delta- en de watersector in Nederland, die in staat zijn om Nederland vooraan te houden in de internationale deltatechnologische markt.

Doel van internationalisering conform internationaliseringsbeleid DA (maart 203)

De Delta Academy gaat internationale samenwerking aan met instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek in deltagebieden in andere landen om diverse en zeer verschillende redenen:

  1. De inhoud en de ambiance van het onderwijs worden internationaal. Nederlandse studenten moeten worden voorbereid op een internationale beroepspraktijk en verkeren al tijdens de studie met buitenlandse bloedbroeders. Nederland wil immers haar water-kennis met de wereld delen, toonaangevend zijn en een groot deel van de wereld-watermarkt in handen brengen van Nederlandse bedrijven en instellingen. Samenwerking met internationale universiteiten brengt internationale casuïstiek in. Studenten ervaren via de contacten met buitenlandse studenten de internationale ambiance.
  2. De kwaliteit van het onderwijs wordt hoger als er via teacher exchange en visiting professorships buitenlanders een bijdrage komen leveren aan ons onderwijs. Een buitenlander zal inspiratie halen over onze onderwijsinhouden en de wijze waarop wij het onderwijs inrichten en uitvoeren. Bezoek van buitenlandse collega’s leidt vanuit die inspiratie en verwondering tot inhoudelijke discussies en verrijkt het onderwijs. Omgekeerd zullen wij dergelijke inspiratie krijgen als wij in het buitenland zijn en met collega’s daar over hun werk praten. Dit leidt automatisch tot continue professionalisering van docenten en actualisering van onderwijs.
  3. Via een goed netwerk kunnen studenten een deel van hun studietijd doorbrengen bij een buitenlandse instelling, terwijl goede begeleiding is gewaarborgd via langjarige contacten en goede afspraken.
  4. In contracten met buitenlandse instellingen kan worden opgenomen dat een aantal studenten van die partner aan de HZ het diploma gaat halen in een zogenoemde  2+2 constructie of een 3+1 constructie.
  5. Internationale samenwerking op onderzoeksgebied verhoogt de status en de reputatie van de hogescholen. Daardoor worden ook de opleidingen aantrekkelijker.
  6. Internationalisering leidt tot verhoging van de aantrekkelijkheid van het onderwijs en daarmee tot verhoging van het aantal instromende studenten.

 

Denkrichtingen

Er wordt al op verschillende manieren met buitenlandse instellingen samengewerkt, er zijn internationale uitwisselingen en buitenlandse studenten volgen de opleidingen aan de DA. In hoeverre heeft dat allemaal effect op het onderwijs aan de DA?

Doel van het stuk is de DA te beschrijven vanuit de optiek van Biesta. In de opinie van Bieste bestaat goed onderwijs niet alleen uit leren maar uit kwalificatie, socialisatie en subjectvorming.  Door de diversiteit van studenten (cultuur) zijn socialisatie en subjectvorming aspecten die wellicht anders benaderd moeten worden in vergelijking tot een “Nederlandse” Hogeschool.

Het is de bedoeling om iets minder de nadruk te leggen op kwalificatie. Beroepsprofielen en competenties zijn reeds vastgesteld?

Bij het beschrijven van culturele aspecten wordt gebruik gemaakt van de studies uitgevoerd door Geert Hofstede. Verder zullen docenten, leidinggevende, international office gevraagd worden hun mening te geven over wat “goed” onderwijs aan de DA is, mede m.b.t. de internationale focus .

Ook studenten zal deze vraag gesteld worden, verder is het de bedoeling studenten te ondervragen over de culturele verschillen.

Het eindresultaat bestaat uit een Visie op wat moet worden verstaan onder goed onderwijs aan de Delta Academy.

Als vorm wordt gedacht aan een website met video’s.  Dit is mede afhankelijk van in hoeverre mensen willen meewerken aan video’s

Inleverdatum 18 maart

 

 

Biesta, G. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten: ethiek, politiek en democratie. [Meppel]: Boom Lemma.

Hofstede, G., Hofstede, G.J, & Minkov, M. (2012). Allemaal andersdenkenden: omgaan met cultuurverschillen. Amsterdam [etc.]: Contact.

Posted in LA4 Beleid, Master_MLI Tagged with:

Biesta en Hattie over onderwijs

Ik vond twee video’s. Moet ze nog bekijken en conclusies trekken, maar jet lijkt mij interessant.

Eerst Gert Biesta

Dan Hattie

Posted in LA4 Beleid, Master_MLI Tagged with: , ,

Paradigma

Paradigma volgens wikipedia (kijk op de wereld, zienswijze?)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Paradigma_%28wetenschapsfilosofie%29

Paradigma in onderwijs
Video Ken Robinson

Picture
Paradigm-Shift

Posted in LA4 Beleid, M_Begrippen Tagged with:

Wij zijn als docenten tevreden over onze baan

Naar aanleiding van mijn opmerking, gisteren, dat 80% van de docenten tevreden is over zijn/haar werk, hierbij de bron.

Uit de correspondent : https://decorrespondent.nl/74/een-kopieerapparaat-dat-altijd-werkt/5010301054-78aba67f  Link waarschijnlijk alleen te openen door mensen met een abonnement.

“Nederlandse leerlingen presteren Dat blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek door de OECD. het op een na best van Europa, en zij scoren wereldwijd een tiende plek. Ik ben dan wel om half 3 klaar met lesgeven, maar nog tot na Studio Voetbal kijk ik werkstukken na en bereid ik lessen voor. 19,4 procent van mijn collega’s heeft last van burn-outverschijnselen, 39 procent geeft aan zich na een werkdag ‘leeg’ te voelen en 20,1 procent voelt zich ‘emotioneel uitgeput’.

Verre van een luizenleventje. Een luizenleven? Niet volgens deze cijfers van het CBS. Toch hoor je ons niet klagen: 82,9 procent van de docenten geeft aan tevreden te zijn met zijn of haar werk, het hoogste percentage van alle sectoren. Geen wonder dat mijn leerlingen zich met liefde laven aan mijn kennis.” Johannes Visser.

Data komt uit http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=81633NED&D1=a&D2=a&D3=a&HD=130501-1035&HDR=T&STB=G1,G2

Posted in LA4 Beleid Tagged with:

LA4

Begin nieuw leerarrangement

Posted in LA4 Beleid Tagged with:

Ingeleverde versie LA3 3-12-2013

De ingeleverde versie LA3, het is nog niet af, dus feedback is van harte welkom
Rapport LA3_HenkMassink_0863371
Posted in LA3 Vernieuwing, Master_MLI Tagged with:

Feedback paper Ummu 3-12-2013

Ik heb mijn feedback op de volgende wijze georganiseerd:

  1. Mijn algemene indruk
  2. Opmerkingen in document
  3. Even de competenties langslopen
1.  Het onderwerp is heel interessant. Het rendement is te laag (ik zou graag cijfers zien), de leiding besluit in te grijpen. De leiding komt met het delta plan. Er is geen duidelijke analyse waarom het rendement te laag is. Dat zou eigenlijk toch eerst moeten gebeuren. Er is wel wat overleg met docenten maar het lijkt toch wel een klassieke top-down benadering. Een bijna klassiek voorbeeld van een innovatie die wel moet mislukken?? Hoewel ik kan mij voorstellen dat de leiding iets moet doen. Uiteindelijk kan het alleen een succes worden indien de docenten het gaan ondersteunen. Volgens mij moet dat de kern van het advies worden, de docenten moeten de innovatie zien zitten, wellicht moet de innovatie daarom wel aangepast worden. Ik weet niet of je al gesprekken met collega’s gehad hebt, ik ben zeer benieuwd naar hun mening. Hier en daar zitten er herhalingen in de tekst. De paper is nog niet af.
2. Het document met mijn opmerkingen is hier te downloaden : la3_ummuoz_0784687_opmerkingen_henk
3. Competenties. Het is niet mijn bedoeling een beoordeling te geven (dat is aan de officiële beoordelaars), maar ik loop gewoon even de competenties af en noteer wat mij daarbij opvalt. Ik besef daarbij natuurlijk ook dat het stuk nog niet af is.
  1. De student volgt relevante actuele (nationale en internationale) onderwijsontwikkelingen en kan deze plaatsen in een bredere maatschappelijke en politieke context, vertaalt ontwikkelingen naar consequenties voor de eigen onderwijsinstelling.
    Ik denk dat dit onderdeel nog wat onderbelicht is.
  2. De student geeft een overzicht van belangrijkste trends in onderwijsvernieuwing en welke resultaten deze vernieuwingen (lijken te) brengen.
    Ik denk dat dit onderdeel nog wat onderbelicht is.
  3. De student beoordeelt lopende onderwijsvernieuwingen op mogelijke effectiviteit voor het leren en gebruikt daarbij het referentiekader van de opbrengsten van onderwijskundig onderzoek.
    Ik mis een echt oordeel over de innovatie, wat vindt jij en wat vinden de andere docenten van het delta-plan.
  4. De student past actief zijn kennis over de fasen van het onderwijsvernieuwingsproces en over de (eigen-) aardigheden van de stakeholders toe in de advisering over onderwijsvernieuwing
    Ja?
  5. De student maakt een overzicht op basis van het analysekader van Fullan (2007) voor onderwijsvernieuwingsprocessen, en past dit kader toe op een onderwijsvernieuwing in de eigen beroepscontext.
    Is nog niet echt verder uit gewerkt.
  6. De student verwoordt de eigen rol van docent en die van andere stakeholders in de onderwijsinstelling en in onderwijsvernieuwingen met behulp van een door hem geëxpliciteerd analysekader.
    Min of meer
  7. De student expliciteert welke inzichten het analysekader van Fullan (2007) oplevert.
    Is in ontwikkeling
  8. De student verwoordt de resultaten van de verkenning van de rol van adviseur in onderwijsvernieuwingen en expliciteert zijn eigen mogelijkheden in die rol.
    Heeft te maken met de mogelijkheden tot cultuur verandering?
  9. De student maakt een analyse van de rol van de docent in onderwijsvernieuwingen en vergelijkt hierbij de bevindingen uit de literatuur met de eigen ervaring in de beroepscontext.
    Er is geen literatuuronderzoek op basis waarvan aangetoond kan worden dat het delta-plan gaat werken
  10. De student verwoordt zijn visie op de professionele ruimte van de docent in relatie tot collega’s en andere stakeholders in de onderwijsinstelling en daarbuiten
    Ik weet nog niet zo goed wat ik met deze competentie moet
Posted in LA3 Vernieuwing, Master_MLI Tagged with:

Feedback paper Maike 3-12-2013

Ik heb mij feedback op de volgende wijze georganiseerd:

  1. Mijn algemene indruk
  2. Opmerkingen in document
  3. Even de competenties langslopen

Het stuk is van afgelopen zondag, het is nu dinsdag, ben dus een beetje laat 🙁

1. Mijn algemene indruk.Interessant en goed onderwerp echt gebaseerd op de werkelijkheid. Veel mensen geïnterviewd. Onderwijs op basis van intrinsieke motivatie, ik mis toch nog wel een concreet voorbeeld. Hoe is ervoor gezorgd dat er voldaan wordt aan autonomie, compentence en sociale verbondenheid. Hoe zorg je ervoor dat bij een individuele student deze drie aspecten goed afgekaart zijn. Alle studenten zijn toch weer verschillend. Verder ben ik toch ook wel benieuwd naar de invloed van externe factoren, volgens het stuk van Deci & Ryan kan extrinsieke motivatie omslaan naar intrinsieke motivatie. De paper is nog niet af, ik ben ook benieuwd hoe je de cultuur binnen de opleiding wil veranderen zodat ook de andere docenten hun onderwijs gaan aanpassen op basis van deze strategie. Er zitten wat herhalingen in de tekst.
2. Het document met mijn opmerkingen is hier te downloaden : Conceptopzet LA3_versie_0.3_voor feedback_medestudenten_MLI
3. Competenties.  Het is niet mijn bedoeling een beoordeling te geven (dat is aan de officiële beoordelaars), maar ik loop gewoon even de competenties af en noteer wat mij daarbij opvalt. Ik besef daarbij natuurlijk ook dat het stuk nog niet af is.
  1. De student volgt relevante actuele (nationale en internationale) onderwijsontwikkelingen en kan deze plaatsen in een bredere maatschappelijke en politieke context, vertaalt ontwikkelingen naar consequenties voor de eigen onderwijsinstelling.
    Ik denk dat dit onderdeel nog wat onderbelicht is.
  2. De student geeft een overzicht van belangrijkste trends in onderwijsvernieuwing en welke resultaten deze vernieuwingen (lijken te) brengen.
    Ik denk dat dit onderdeel nog wat onderbelicht is.
  3. De student beoordeelt lopende onderwijsvernieuwingen op mogelijke effectiviteit voor het leren en gebruikt daarbij het referentiekader van de opbrengsten van onderwijskundig onderzoek.
    Er wordt een oordeel gegeven, dit oordeel is vooral kwalitatief op basis van gesprekken met docenten
  4. De student past actief zijn kennis over de fasen van het onderwijsvernieuwingsproces en over de (eigen-) aardigheden van de stakeholders toe in de advisering over onderwijsvernieuwing
    Ja
  5. De student maakt een overzicht op basis van het analysekader van Fullan (2007) voor onderwijsvernieuwingsprocessen, en past dit kader toe op een onderwijsvernieuwing in de eigen beroepscontext.
    Ja
  6. De student verwoordt de eigen rol van docent en die van andere stakeholders in de onderwijsinstelling en in onderwijsvernieuwingen met behulp van een door hem geëxpliciteerd analysekader.
    Ongeveer, analysekader is hierbij de zelfdeterminatietheorie. Het zou wat mij betreft nog wat concreter kunnen
  7. De student expliciteert welke inzichten het analysekader van Fullan (2007) oplevert.
    Is in ontwikkeling
  8. De student verwoordt de resultaten van de verkenning van de rol van adviseur in onderwijsvernieuwingen en expliciteert zijn eigen mogelijkheden in die rol.
    Heeft te maken met de mogelijkheden tot cultuur verandering?
  9. De student maakt een analyse van de rol van de docent in onderwijsvernieuwingen en vergelijkt hierbij de bevindingen uit de literatuur met de eigen ervaring in de beroepscontext.
    Wordt een aanzet gegeven in het theoretisch kader.
  10. De student verwoordt zijn visie op de professionele ruimte van de docent in relatie tot collega’s en andere stakeholders in de onderwijsinstelling en daarbuiten
    Ik weet nog niet zo goed wat ik met deze competentie moet
Ik kwam het volgende artikel tegen. Wat ik aardig vindt is dat er een soort analyse van zwaktes en sterktes van bestaande theorieën gemaakt wordt. De Brabander, C. J., & Martens, R. L. (n.d.). Towards a unified theory of task-specific motivation. Educational Research Review. doi:10.1016/j.edurev.2013.11.001. Link op science direct: http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1747938X13000353
Posted in LA3 Vernieuwing, Master_MLI Tagged with:

Capacity building

Capacity building is een term niet zo makkelijk te vertalen is naar het Nederlands. Fullan. (2007, p. 252) stelt dat capacity building: It involves everything you do that affects new knowledge, skills, and competencies; enhanced resources; and stronger commitments.
Fulllan, M. (2007). The new meaning of educational change. New York: Teachers College Press.
Verbiest, E. (2011, p. 152) stelt dat bij professionele leergemeenschappen drie capaciteiten van belang zijn. Capaciteit is hierbij een complexe mix van motivatie, kennis en vaardigheden, ondersteund door organisatorische mogelijkheden.

  1. Persoonlijke capaciteit. Het vermogen van individuen om op een actieve en reflectieve wijze kennis te verweren, te herzien, bij te stellen en toe te passen.
  2. Interpersoonlijke capaciteit. Het vermogen van een collectief om kennis te (re)construeren en toe te passen.
  3. Organisatorische capaciteit. Bestaat in structurele en culturele condities die ondersteunend zijn voor de persoonlijke en interpersoonlijke capaciteitsontwikkeling.
Verbiest, E. (2011). Leren innoveren: een inleiding in de onderwijsinnovatie. Antwerpen; Apeldoorn: Garant
Posted in LA3 Vernieuwing, M_Begrippen, Master_MLI Tagged with: