Valcke thema 4 Samenvatting

Thema “Van een behavioristische visie op leren naar het ontwerpen van instructie”

1. De associatietheorie legt de basis voor het behaviorisme. Hartley, Brown en Mill werken vanuit filosofische reflecties een visie op leren uit die feitelijk varianten zijn van de associatieleer.

2. Ebbinghaus toetst op basis van experimenteel onderzoek de assumpties van de  associatieleer en vult de associatieprincipes verder aan.

3. Herbart is de eerste auteur die de visie van de associatieleer verwerkt tot een visie op instructie.

4. Twitmeyer, Pavlov, Thorndike en Watson zijn de grondleggers van het wetenschappelijk behaviorisme waarbij wetten en principes op basis van experimenteel onderzoek worden getoetst.

5. Twitmeyer en Pavlov gelden als de grootvader en vader van het behaviorisme door het expliciteren van de principes van de klassieke conditionering.

6. Thorndike ontwikkelt een eigen omvattend theoretisch en empirisch raamwerk: het Connectionisme en legt de basis van 4 wetten voor het leren volgens het behaviorisme: law of effect, law of readiness, law ofexercise en de associative shifting.

7. Watson verschuift het behavioristische onderzoek naar onderzoek bij mensen en kinderen. Hij benadrukt de ‘trial-and-error’ basis van alle (menselijk en dierlijk) leren.

8. Skinner is de eerste behaviorist die de visie op leren radicaal vertaalt in een aanpak voor instructie. Hij ontwikkelt een aanpak gebaseerd op operante conditionering: het operant leren. Centrale begrippen bij Skinner zijn: antecendenten, prompting, chaining, shaping, successieve approximatie en bekrachtigingsschema’s.

9. Het behaviorisme heeft een grote invloed gehad op een nieuwe manier van formuleren van leerdoelen: operationele doelen waarbij naast leerinhouden ook het observeerbare gedrag dat verwacht wordt van de lerende wordt aangegeven.

10. Pressey, Skinner en Crowder passen de behavioristische principes toe bij het ontwikkelen van de leermachines en ontwikkelen hierbij een aanpak die de Geprogrammeerde Instructie wordt genoemd.

11. Leermachines en GI blijken in de vorm van computer- en internettoepassingen opnieuw geïmplementeerd te worden.

12. Feedback geven is een complexe activiteit die de leereffecten van de consequenties van het gedrag van de lerende kan vergroten.

13. Bij feedback is er aandacht nodig voor feed up,feed back en feed forward. Dit vraagt aandacht voor de taak, het proces, de zelfregulatie van de lerende en voor de lerende zelf

14. Carroll en later Bloom definiëren de basis voor het beheersingsleren, Mastery Learning. De kern van deze visie op instructie is de definiëring van operationele leerdoelen, de aanpassing van de leertijd aan de lerende en het benadrukken van de kwaliteit van de instructie.

15. Contingency Contracting bouwt verder op operant leren en shaping, maar vertaalt dit in een contractvorm tussen lerende en instructieverantwoordelijke.

16. Het Personalized System of Instruction (PSI) integreert Mastery Learning in een meer omvattende instructieaanpak, waarvan operationele leerdoelen, proctors, korte inleidende sessies, individuele inoefening en onmiddellijke ‘feedback’ de ruggengraat vormen.

17. Direct Instruction (Dl) is een sterk empirisch onderbouwde en nog steeds actuele behavioristische aanpak waarbij lessen volledig concreet operationeel zijn uitgewerkt voor zowel de instructieverantwoordelijke  als de lerende.

Tagged with: , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.