4 components 4C/ID or ten steps model

Uitleg 4 basis componenten. Op basis van:

Merriënboer, J. J. G. van, & Kirschner, P. A. (2013). Ten steps to complex learning: a systematic approach to four-component instructional design. London: Routledge. Retrieved from www.itunes.apple.com


Net als in het boek wordt een woord tussen *…..* in de woordenlijst verklaard

 4c-id
1. Learning tasks [Leertaak]

  • Een cirkel stelt een learning task voor.
  • Studenten werken aan leertaken die hun helpen integrale kennis te verkrijgen op basis van *inductive learning*, waarbij zij kennis induceren (abstraheren) uit werkelijke ervaringen.
  • Leertaken zijn betekenisvol, authentiek en zijn representatief voor taken die een professional in de werkelijke wereld kan tegenkomen.
  • Variatie is van groot belang voor transfer. Leertaken moeten van elkaar verschillen op dezelfde wijze als in de werkelijke wereld, zoals de context waarin de taak uitgevoerd moet worden, de manier waarop de taak wordt aangeboden en de volgorde (prioriteit) waarin de karakteristieken van de taak worden aangeboden. De driehoekjes in de cirkels stellen deze variatie voor.
  • Complex learning heeft vaak vooral te maken met het kunnen coördineren van de vele samengestelde vaardigheden waaruit een taak in de werkelijke wereld bestaat. Deze *constituent skills* (samengesteld vaardigheden) moeten gezien worden als aspecten van de taak, niet als onderdelen. Er wordt bewust niet gesproken van subskills (deelvaardigheden).
  • Om fragmentatie tegen te gaan, zijn de leertaken samengevoegd in *task classes*.  Deze task classes gaan van simpel (bv één leertaak) tot complex (meerdere leertaken). Dit wordt voorgesteld door de gestippelde lijn waarin verschillende leertaken zijn opgenomen. Er wordt bewust niet gesproken over van eenvoudig naar moeilijk.  Moeilijkheidsgraad is afhankelijk van zowel de taak complexiteit als de aanwezige kennis bij de student.
  • Ondersteuning en begeleiding zal afnemen naarmate de studenten zelf meer expertise  bezitten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van *scaffolding* . De vulling van de cirkels stelt de mate van ondersteuning en begeleiding voor.
2. Supportive information [Ondersteunende Informatie]

  • Is van belang voor de constituent skills die non-recurrent (niet wederkerend) zijn.  Ondersteunende informatie m.b.t. vaardigheden die nodig zijn voor de betreffende “task class”. Deze ondersteunende informatie is tijdens de uitvoering van deze task class (bestaande uit leertaken) beschikbaar en nodig. De grijze dikke balk (winkelhaak) stelt de ondersteunende informatie voor.
  • Ondersteunende informatie leert de studenten hoe het leerdomein is georganiseerd en hoe problemen in dat domein aan te pakken.  Denk aan concepten. Het heeft te maken met probleem oplossen, beredeneren en beslissingen nemen bij leertaken binnen dezelfde task class.
  • Omdat de ondersteunende informatie vaak voor alle leertaken binnen de task class nodig is, wordt deze vaak vooraf al behandeld. Vandaar de L vorm.
3. Procedural information [Just-in-time informatie]
4. Part-Task practice [ Deeltaakoefeningen]
Tagged with: ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.