Valcke thema 7 Samenvatting

Hogere orde vaardigheden: metacognitie en problemsolving

1.Hogere orde denkvaardigheden vormen een aparte kenniscategorie.

2. Hogere orde denkvaardigiieden zijn transfereerbaar naar vrijwel alle kennisdomeinen.

3. Probleemoplossend denken verwijst naar oplossingsprocedures die toepasbaar zijn in meerdere kennisdomeinen.

4. Metacognitie is een executive control proces dat op een bewuste manier de cognitieve (informatieverwerkende) processen controleert.

5. Metacognitie is een multidimensioneel begrip dat kennis, strategieën en in bepaalde opvattingen ook ervaringen omvat.

6. Metacognitie is kennis over zichzelf, de eigen beschikbare kennis en de kennisverwervingsprocessen.

7. De taxonomieën van Flavell en Brown benaderen metacognitie als een multifactorieel construct.

8. Metacognitieve ervaringen vormen een cognitieve én affectieve component in de metacognitie volgens de taxonomie van Flavell.

9. Brown somt 4 clusters met metacognitieve regulatiestrategieën op: voorspellen (oriëntatie), plannen, monitoren en evalueren.

10. Metacognitie kan prospectief, concurrent en retrospectief gemeten worden. Concurrent meten blijkt de meest betrouwbare en valide aanpak te garanderen.

11. Problem solving verloopt volgens Wallas en Polya volgens 4 universele stappen: definieer het probleem, plan, voer het plan uit, evalueer.

12. Recente probleemoplossingsmodellen voegen aan eerdere modellen een extra éérste fase toe: het onderkennen van het probleem.

13. Zelfgereguleerd leren integreert de inzichten over declaratieve kennis, procedurele kennis, het probleemoplossend denken en metacognitie.

14. De basis voor modellen van zelfgereguleerd leren ligt in de sociaal cognitieve theorie van Bandura.

15. Zelfregulatie bestaat uit drie op elkaar ingrijpende iteratieve processen: voorbedachtheid, controle van het eigen leergedrag en zelfreflectie.

16. Zelfregulatie is beïnvloed door een complex samenspel van intra-persoonlijke variabelen en processen die te ordenen zijn als metacognitie, cognitie, motivatie en affectieve factoren, en persoonlijke kenmerken.

17. De sociaal cognitieve basis van zelfregulatie blijkt vooral uit de rol die motivatie en affectie spelen in de processen. Bandura benadrukt in dit verband selfefficacy.

18. Metacognitie omvat naast het zelfregulatiemodel ook opvattingen over de leeromgevingen en over wat leren/studeren is.

19. In de instructiestrategieën voor het ontwikkelen van de metacognitie kunnen we drie types onderscheiden: afzonderlijk aanleren van metacognitieve strategieën, aanleren van de strategieën met toepassingen in een kennisdomein, een geïntegreerde aanpak
waarbij de metacognitie aangeleerd wordt in een complex kennisdomein.

20. In de instructiestrategieën voor het ontwikkelen van metacognitie is er ook aandacht voor niet-cognitieve variabelen; zie de aanpak van Zimmerman (1998).

21. Instructie in verband met problem solving benadrukt het volgen van curriculum scripts (bv. de beertjes van Meichenbaum)

Tagged with: , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.