Valcke thema 5 Samenvatting

Samenvatting thema 5 “Van een cognitivistische visie op leren naar het ontwerpen van instructie”

1. Het cognitivisme aanvaard interne psychische processen, die niet direct observeerbaar zijn. De black box wordt opengebroken.

2. Voorlopers van het cognitivisme benadrukken het onderzoek van mentale processen via introspectie en het feit dat onze kennis verder gaat dan het direct waarneembare. Mentale processen vullen kennis aan (Gestalt).

3. Er worden drie soorten kennis onderscheiden: declaratieve, procedurele en metacognitieve kennis.

4. Het informatieverwerkend model geeft een procesverloop van informatieverwerking van input naar output. Het is een ‘multi-mode’ model waarin meerdere geheugens worden onderscheiden: sensorisch
geheugen, werkgeheugen en lange termijn geheugen.

5. De informatieverwerking wordt gecontroleerd door executive control processes.

6. Recentere modellen voor het werkgeheugen onderscheiden een centrale verwerker, een fonologische lus, een visuo-spatieel schetsblad en een episodische buffer.

7. Cognitieve belasting komt voor in het werkgeheugen.Twee types worden onderscheiden: extraneous cognitive had en intrinsic cognitive had.

8. Het dual-channel model benadrukt dat er twee parallelle kanalen zijn waarlangs informatie wordt verwerkt.

9. Declaratieve kennis wordt opgeslagen als schema’s die kunnen bestaan uit propositie(netwerken), beelden en ordeningen.

10. Procedurele kennis wordt opgeslagen als een systeem van producties die een als-dan structuur hebben.

11. Declaratieve kennis ontwikkelt zich op basis van elaboratie en organisatieprocessen.

12. Procedurele kennis ontwikkelt zich langs drie fasen;de cognitieve, associatieve en autonome fase.

13. De cognitivistische visie op leren vertaalt zich in een verzameling instructiestrategieën die direct ingrijpen op concrete elaboratie- en organisatieprocessen:non linguïstische representaties ontwikkelen, gelijkenissen en verschillen onderkennen, multipele representaties aanbieden, mnemonics ontwikkelen,de lerenden zelf vragen laten uitwerken, notities nemen, begrippen opbouwen, voorwaardelijke producties verwerven, compositie, herhalen en gevarieerde problemen aanbieden.

14. Ausubel benadrukt het gebruik van advance organizers en het voortbouwen op voorkennis.

15. Gagné benadrukt het feit dat er soorten leeruitkomsten zijn, dat er eerst een leerhiërarchie moet opgebouwd worden in functie van de gewenste leereffecten. Het instructieproces verloopt volgens 9 fasen.

16. De Social Learning Theory van Bandura bouwt verder op expectations en vicarious experiences.

17. De SLT geeft vier types processen op om instructie uit te werken: aandachtrichtende, retentie-, productie- en motivationele processen.

18. Concept maps zijn een systematische vorm van gebruik van NLR.

19. De concept mapping techniek kent zeer gevarieerde toepassingen in de instructiepraktijk.

20. De Cognitive Theory of Multimedia Learning (CTML) van Mayer gaat uit van de cognitive load theory, de dual channel theory en het activiteitsprincipe.

21. Mayer schuift zeven ontwerpprincipes voor multimediale leermaterialen naar voren op basis van de CTML

Tagged with: ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.