Valcke thema 11 Samenvatting

Individuele verschillen

1. Individuele verschillen en groepsverschillen vragen volop de aandacht van de instructieverantwoordelijke.

2. Er is een grote empirische basis beschikbaar omtrent de impact van geslachtsverschillen op instructie.

3. Onderzoek in Vlaanderen (PISA en TIMSS) stelt – in de instructieaanpakken en de leerresultaten – geslachtsverschillen vast tussen lerenden.

4. Het begrip sociaal-economische status (SES) is een complexe en samengestelde variabele. SES kan op zeer verschillende manieren geoperationaliseerd worden.

5. Er zijn drie modellen die de sociale ongelijkheid in relatie tot SES beschrijven en verklaren.

6. Het genetisch deficitmodel stelt dat genetische factoren verantwoordelijk zijn voor de sociale ongelijkheid in het onderwijs. De verschillen in SES zijn terug te voeren tot genetische verschillen.

7. Het onderwijsdeficitmodel stelt dat het onderwijs sociale ongelijkheid reproduceert door de manier waarop instructie op micro-, meso- en macroniveau is georganiseerd.

8. Het cultureel deficitmodel stelt dat sociale ongelijkheid gereproduceerd wordt door culturele factoren; o.a. door verschillen in het cultureel kapitaal en de taalcodes van de lerenden in vergelijking met wat het onderwijs verwacht.

9. Onderzoek in Vlaanderen (PISA en TIMSS) stelt de impact vast van SES op instructie.

10. Leerstijlen weerspiegelen het relatief stabiele gebruik van leerstrategieën door een lerende.

11. Er bestaan zeer veel verschillende conceptualiseringen van het begrip leerstijl.

12. Curry ordent de verschillende leerstijlbenaderingen als volgt: (1) leerstijl als een voorkeur voor de vormgeving van de leer- en instructieomgeving; (2) leerstijl als een typische manier in het verwerken van informatie en (3) leerstijl als stabiel  persoonlijkheidskenmerk.

13. Dunn & Dunn zien leerstijl als een set van voorkeuren in de leer- en instructieomgeving.

14. Kolb beschouwt een leerstijl als een typische manier bij het verwerken van informatie.

15. Entwistle legt een relatie tussen leerstijlen en cognitieve persoonlijkheidskenmerken.

16. De ASSIST {Approaches and Study Skills Inventory for Students) heeft een goede validiteit en hoge betrouwbaarheid.

17. ATI onderzoekt de lineaire relatie tussen een kenmerk van de lerende en een instructieaanpak.

18. Instructieaanpakken die proberen om te gaan met geslachtsverschillen, gaan uit van (1) een goed zelfbewustzijn over de eigen instructieaanpak en (2) het bewust hanteren van bepaalde instructiestrategieën.

19. Macroniveau aanpakken van de gender gap moeten voldoen aan een aantal voorwaarden: rekening houden met de leeftijd, inspelen op affectieve variabelen
en het versterken van de beheersing van concrete kennis en vaardigheden.

20. Het macroniveau is bepalend voor de aanpak van SES in de instructiesetting.

21. Het GOK-decreet heeft een zeer grote invloed op het meso- en het microniveau.

22. Leerstijlen veranderen of zich aanpassen aan leerstijlen is een moeilijke keuze.

23. Een instructiestijl weerspiegelt de dominante instructieaanpak van een instructieverantwoordelijke  en verwijst naar specifieke houdingen, opvattingen,
interactiestijl en de voorkeur voor bepaalde instructiestrategieën.

24. Onderzoek toont verschillen aan in concrete instructiestijlen van instructieverantwoordelijken.

25. Zich bewust worden van de eigen instructiestijl is een eerste belangrijke stap in het rekening houden met verschillende leerstijlen van lerenden.

26. Auteurs benadrukken in mindere mate het zoeken van een match tussen de instructiestijl en de leerstijl van lerenden. Integendeel, de meeste auteurs benadrukken
een multistyle approach.

Tagged with: , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.