Onderzoeksplan versie 3

Dinsdag 19-11-2013 nieuwe versie onderzoeksplan ingediend bij de opleiding. Plan is behoorlijk veranderd. Het is nu een experiment geworden, waar de controle groep een oefening Fluid Dynamics in een klassikale omgeving maakt en de experimentele groep een oefening Fluid Dynamics in een virtuele wereld.
Voorstel is hier te downloaden LA51_Henk_Massink_0863371_versie3
Tagged with:

Feedback stuk Johan, 30-10-2013

Feedback:

Johan: zoals altijd een doorwrocht stuk met de potentie veel te lang te worden.

Er zijn twee zaken uit het stuk die mij bezighouden.

  1. De focus zin “Wat is er voor nodig om een betekenisvolle leerwerkplekomgeving voor (aanstaande) leerkrachten in te richten waarmee hun motivatie wordt gestimuleerd en studierendement wordt geoptimaliseerd?”. Ik weet nog niet zo goed wat ik met deze zin moet. Soms zie ik helemaal geen toegevoegde waarde in deze zin.
  2. De term expeditie Pabo vind ik leuk gevonden, vervolgens zou deze innovatie dan ook als een expeditie benaderd moeten worden. Volgens mij is bij een expeditie de weg naar het doel vaak gevaarlijk en niet duidelijk. Succes hangt dan vooral af van de onderlinge binding tussen de deelnemers.  Bij het woord expeditie moest ik gelijk denken aan het boek “Een kleine geschiedenis van bijna alles “van Bill Bryson (2008). Er was een tijd dat avonturiers de hele wereld rond reisden om de wereld op te meten. Zo vertrokken in 1735 een groep Fransen naar Peru om in de wildernis aan een meridiaan te meten. De sheared meaning (Fullan) of collectieve ambitie (Weggeman) is zo slecht dat het helemaal fout gaat. Ze krijgen ruzie met de indianen, onderlinge ruzie en uiteindelijk gaat de hoofdlandmeter er na 8 maanden met een indiaans meisje van 13 vandoor en keert niet terug naar de expeditie.

Kortom ik zou zelf het stuk helemaal opbouwen rondom deze term expeditie.

Document Johan la3_johan-rietjens_02122013_
Tagged with:

Feedback op product Maike, 29-10-2013

Feedback:

Wat betreft innovatie daarvoor heb ik zelf nog de volgende:

“Innoveren is dus vernieuwen en vernieuwen doe je door het bestaande op een slimme manier te decomponeren, te deconstrueren, in factoren te ontbinden om daarna vanuit het niets opnieuw iets te creëren of samen te stellen uit losse, oude en nieuwe elementen” (Weggeman, 2008, p.178). Kortom kan van alles zijn :-). Het lijkt mij duidelijk dat je met innovatie iets ten goede wil vernieuwen. Volgens mij een term waar je niet te veel energie in moet steken om die goed te definiëren.  Volgens mij geeft fullan ook niet echt een definitie van innovatie, bij hem wordt het dan change. Ook Valcke geeft volgens mij geen definitie van innovatie.

Welke ik wel goed vind van Fullan is : Volgens Fullan (2007, blz  30) is er sprake van onderwijskundige verandering indien (1) Er nieuw of aangepast lesmateriaal wordt gebruikt,  (2) Er gebruikt gemaakt wordt van andere onderwijsbenadering en (3) de opvattingen (belief) aangepast worden (t.a.p.) Om een innovatie te hebben moeten alle drie van toepassing zijn. Daarbij is vooral nr 3 belief een ingewikkelde maar een essentiële! Ik geloof zelf ook dat je een verandering van belief moet hebben om een werkelijke innovatie te bewerkstelligen. Anders wordt het zoiets van , vooruit we doen een ander trucje. Hoe ga je er dus voor zorgen dat de opvattingen van de docenten gaan veranderen, dat er een sheared meaning ontstaat en dat je dit ook kan meten. Of beseffen de docenten wel dat innoveren meer is dan alleen een ander systeem gebruiken?

Ik zou graag wat meer inhoudelijke informatie over de innovatie zelf willen lezen.  Ik zou graag zien hoe de zelfdeterminatie theorie (gaat toch om intrinsieke motivatie) als innovatie middel ingezet wordt. Ik heb nu daar nog geen beeld van.

Volgens Valcke (2010, p.606) behoort de zelfdeterminatietheorie tot de meest dominante theoretische onderbouwing betreffende extrinsieke en intrinsieke motivatie. Hierbij verwijst de intrinsieke motivatie naar het aanpakken van een taak, opdracht omwille van de taak zelf. Men wil de taak uitvoeren, men beleeft er plezier aan. Voor de intrinsieke motivatie binnen de zelfdeterminatie onderscheiden Ryan en Deci drie soorten behoeften:

  1. Beheersing (competence). ‘Ik wil mijn situatie beheersen’
  2. Erbij horen en verwantschap (relatedness).’Ik wil, dat anderen zien, dat ik mijn situatie beheers en dat ik samen met hen mijn situatie onder controle heb’
  3. Autonomy (autonomy). ‘Ik wil dit zelf kunnen doen. Ik wil mijn situatie zelf kunnen aanpakken’

(t.a.p.) Ik ben benieuwd hoe je dit als innovatie kan inzetten.

Het multidimensionale model van Standaar & Rozendaal is toch eigenlijk hetzelfde wat Fullan (blz 30, zie bovenstaande tekst) zegt of zit daar echt een verschil in?

Je stelt dat je volgens Fullan (blz 65) op twee manieren naar change kan kijken innovation-focused of capacity building. Waarbij capacity building volgens mij staat voor cultuurverandering en de steun hiervoor. Met zoveel mogelijk een sheared meaning creëren.  Weggeman noemt dit de collectieve ambitie. Capacity building is volgens mij zo’n engels woord welk makkelijk verkeerd te vertalen is.

Mijn idee, na het lezen van Fullan, is eigenlijk dat het vooral gaat om capacity building. Docenten moeten met elkaar op een positieve manier in gesprek komen en elkaar vertrouwen. Fullan (page 148): Developing Professional Learning Communities.There are five critical elements that underpin effective PLC: reflective dialogue, deprivatization of practice, collective focus on student learning, collaboration, and shared norms and values. Then they identify two major sets of conditions. One is “structural” – in particular, time to meet and talk, physical proximity, interdependent teaching roles, communication structures, and teacher empowerment and school autonomy. The other condition is “social and human resources”(culture).

Als doel staat er “Studenten in een gemotiveerde en zelflerende stand manoeuvreren.” als ik mij niet vergis geeft de INNOVATOR ergens ook aan dat hij wat van de studenten wil. Over dat doel zat ik wat te filosoferen (moet ik aan Johan overlaten).  Maar de innovatie moet toch eigenlijk om de docenten gaan. Door hun lesmateriaal, hun didactiek en door hun opvattingen raken studenten gemotiveerd. Het is wat vergezocht waarschijnlijk, maar je kan je afvragen of het slim is om de studenten te noemen in je doel. Het gevaar is dat straks de studenten de schuld krijgen als het niet lukt, terwijl een mislukking volgens mij per definitie aan de docent ligt! Hierover moet ik in mijn stuk ook eens goed nadenken.

Veel succes en plezier met het verder schrijven

Henk

 

Document maike conceptopzet-la3_versie_0-1_Maike
Tagged with:

Voorstel onderwerp LA3

Voorstel paper Innovatie LA3 Henk Massink

Omdat ik geïnteresseerd ben in ICT in het onderwijs en ik denk, dat de onderwijswereld de komende jaren ingrijpend gaat veranderen, wil ik het graag over een ICT gerelateerd onderwerp hebben.

Van hoog naar laag:

  • Wereld beleid , b.v. 21 first century skills
  • Europees beleid t.a.v. ICT
  • Landelijk beleid t.a.v. ICT
  • Instellingsplan Hz.
    Beleidsstuk op hoogste niveau binnen de HZ
  • Digitale campus.
    Eén van de speerpunten is de Digitale Campus, waarin verder vorm gegeven wordt aan de inzet  van ICT.  Onder de paraplu van de Digitale Campus worden verschillende innovaties uitgeprobeerd. Zoals VAL (Edmodo).
  • Flipped Classroom Fluid Dynamics.
    Eigenlijk een “redelijk” spontane actie van één docent (ondergetekende) om de course Fluid Dynamics te flippen. De course is gegeven in het tweede semester van het schooljaar 2012-2013 en in die periode ook ontwikkeld. Dit volgens het principe van een week vooruit werken.

Het bijzondere van de innovatie (flipped Classroom Fluid Dynamics, zie http://fluiddynamics.eu/ ) is dat deze uitgevoerd is door één persoon. Dit is niet positief. Docent (ondergetekende) heeft niet de kans gezien andere docenten te betrekken bij dit project, mede door tijdsdruk. Het is dus maar de vraag of dit een geslaagde innovatie is. Hier zit ook een stuk frustratie van mij. Ik ben er niet in geslaagd mijn collega’s er bij te betrekken, of heb ik wel voldoende moeite gedaan om collega’s hierbij te betrekken (antwoord is nee), of hebben collega’s wel interesse in deze innovatie.

Het uitwerken van het “theoretisch” kader (de punten bij de bolletjes) zal geen probleem zijn.

Uit de initiatie en implementatie fase zullen verschillende problemen naar voren komen. Wellicht is het zinvol collega’s en leidinggevende hierover te interviewen

Bij het advies zal duidelijk gemaakt moeten worden, hoe deze innovatie verder doorgezet kan worden. Of is deze innovatie niet zinvol?  Ben ik te hard van stapel ben gelopen en collega’s de kans ontnomen te wennen? Hierbij speelt een rol, dat mijn houding t.a.v. onderwijs aan het radicaliseren is? Aan het eind van dit stuk meer hierover.

Kortom, ik zie wel een kans om hier een paper over vernieuwing over te schrijven. Waar ik me wel een beetje zorgen over maak, is het feit, dat ik hier zeer persoonlijk bij betrokken ben.

Mijn beliefs (opvattingen) t.o.v. onderwijs.
Hierbij gaat het met name om het vak Fluid Dynamics. Het gaat om mijn persoonlijke mening / beliefs. Mijn opmerkingen zijn niet bedoeld om andere docenten te bekritiseren of aan te vallen.

  1. Studenten op een Hogeschool zijn intrinsiek gemotiveerd en willen wat leren. Indien dit niet het geval is, komt dat door slecht onderwijs, (heel) soms hebben studenten een verkeerde studiekeuze gemaakt. Een docent moet positief staan t.o.v. van zijn studenten, anders is hij/zij ongeschikt voor het vak.
  2. Kwaliteit van onderwijs wordt vooral bepaald door het direct contact tussen docent en student. Al het andere is “bijna” bijzaak. Hattie gaat hier volgens mij ook vanuit.
  3. Raak er steeds meer van overtuigd, dat hoorcolleges gewoon niet werken. Ook niet hoorcolleges, waarin oefeningen zijn opgenomen. Neurologisch onderzoek heeft aangetoond, dat na 20 minuten de glucose in betreffende hersengebieden op  is. Vroeger konden studenten dan wat dromerig voor zich uit staren en wellicht de indruk wekken nog wat op te nemen. Tegenwoordig hebben de studenten mobiel of laptop of tablet bij zich, waar ze zich op kunnen richten. Op de Hz zijn er lokalen, waar je vanuit de gang op de schermen van de studenten in de klas kunt kijken. Ze zijn vaak met heel andere zaken bezig. Dit gebeurt ook  tijdens de MLI colleges. Ik kan er zelf ook steeds slechter tegen, tegen colleges.
    Toch verzorg ik zelf ook nog regelmatig van bovengenoemde colleges. Het is als docent namelijk de makkelijkste vorm. Het ontbreekt de docent vaak aan tijd en energie om dit te wijzigen. Mijn stelling op dit moment is, dat ieder “hoor”college dat ik geef, ik alleen maar geef, omdat ik nog geen tijd (en energie) heb gehad om het om te bouwen naar een andere vorm. Ik ben niet tegen klassikale werkvormen. Leren is iets wat je samen doet (sociaal constructivisme), soms is het heel zinvol om de kennis en kunde van de docent te gebruiken om studenten te ondersteunen. Of om met het 4C/ID model te spreken is de docent nodig om complexe systemen te bespreken met studenten. Recent tijdens een TV-uitzending over onderwijs werd gesteld, dat de school in de toekomst vooral bedoeld is voor studenten om elkaar te ontmoeten. Dit spreekt mij erg aan.
  4. Onderwijs gaat de komende jaren enorm veranderen. Dit mede door de ontwikkelingen op ICT gebied. Alle kennis is online beschikbaar, alleen is de docent nodig (of een ander systeem) om de student te helpen navigeren (of context geven aan) door deze grote hoeveelheid. Daarnaast wordt informeel leren steeds belangrijker. Op Facebook zie ik bij de studenten ook veel “leerzame” informatie langskomen. Het connectivisme gaat nog een stap verder en stelt, dat leren zelfs buiten de persoon kan plaatsvinden in netwerken.
    Vanaf een afstand gezien, is het toch heel inefficiënt, dat in al die schoolgebouwen (over de hele wereld) heel veel docenten hetzelfde aan het doen zijn.
    Wat wel blijft, of wellicht alleen maar sterker wordt, is de behoefte van studenten aan persoonlijk contact.
  5. Onderwijs moet voor iedereen toegankelijk zijn. Uiteindelijk worden de meeste onderwijsinstellingen door de overheid betaald en dienen ze het algemeen belang.

Afronding

Zo wordt dit nog een persoonlijke toestand. Wellicht is het juist goed om dit als een onderzoeker nader te bekijken.

Henk Massink

Tagged with:

Instructivism, Constructivism, or Connectivism

Interresante webpagina  http://suifaijohnmak.wordpress.com/2013/03/27/which-learning-theory-would-be-most-appropriate-for-our-education-system-instructivism-constructivism-or-connectivism/

Gevonden dankzij http://hannekemli.wordpress.com/2013/03/30/op-een-rijtje/

Tagged with:

Feedback op produkt van Patrick Hoksbergen, 27-10-2013

Beste Patrick, hierbij mijn feedback.

Eerst wat voorafjes :

Zelf ben ik ook zeer interesseert in het gebruik van Social Media. Binnen onze Academie heb ik een slechte ervaring met de inzet van social media. Hierbij versta ik onder social media vooral Facebook en Twitter. Voor de Delta Academy is het laten groeien van de instroom een belangrijk aandachtspunt, hier gaat het om zowel Nederlandse als International studenten. Het gebruik van Social Media om toekomstige studenten bekend te maken met onze opleidingen lijkt dan zeer logisch. Daarom heeft onze marketingmedewerkester in 2011 een Facebook pagina https://www.facebook.com/HZDeltaAcademy opgestart. Dit met de bedoeling om zowel bestaande als toekomstige studenten van vooral leuke maar ook nuttige informatie te voorzien. Vervolgens moet er content aangeleverd worden, het liefst door studenten en door docenten. En toen werd het moeizaam. De laatste tijd lijkt het iets beter te gaan, maar ik durf te stellen dat 90 % van de posts afkomstig is van 2 personen, de marketing medewerkster en ik. Er is van alles gedaan om de collega’s te overtuigen, het tonen van de enorme aantallen die met social media bereikt worden, het geven van een workshop, het promoten via een filmpje etc etc. Het lukt niet om de collega’s zover te krijgen. Het grappige is dan wel weer dat de Facebookpagina ondertussen 915 likes heeft van jongeren van over de hele wereld. Met reclame campagnes is gemeten dat gedurende een week meer dan 600.000 mensen benaderd werden. Waar ligt de moeizame participatie van collega’s aan?: enkele theorieën

  • Docenten hebben het gewoon te druk en willen hier geen energie in steken. Terwijl wel 80% FB heeft en zonder probleem anoniem op de Delta Academy FB kan posten
  • Veel collega’s zijn al wat ouder 45 plus?
  • Docenten zijn marketing niet als hun taak
  • Binnen de Delta Academy bevinden zich 3 opleidingen, er is geen shared meaning?

Even heb ik overwogen om bovenstaande als onderwerp voor mijn LA3 paper te nemen. Alleen dit gaat niet om onderwijs, hoewel ik met Fullan hier wel een mooi verhaal van kan maken.

Tegelijkertijd met FD is er ook een Twitter account aangemaakt. Het vervolg is een beetje hetzelfde als bij FB.

Commentaar op je stuk. Je hebt al een boel werk verzet, in mijn commentaar kies ik voor een kritische benadering, ik denk dat je daar het meeste aan hebt. Het is dus met de beste bedoelingen 🙂
Voorwoord: Die getallen lijken allemaal indrukwekkend, maar ik ben gaan geloven dat ze geen indruk maken op de collega’s die je moet overtuigen. Die vinden dit meer beangstigend. Ik vind het vaak ook lekker om met dit soort aantallen te strooien, alleen het werkt niet.
  • Je geeft een hoop definities voor Social media. Op basis van sommige definities is zowat alles op internet Social media. Zelf geef je ook geen afbakening aan, volgens mij loopt de innovatie hierdoor al direct spaak, wat wordt bedoeld met Social media? Of om met Fullan met spreken, hoe zet je een systeem op waarbij alle betrokken docenten tot een shared meaning tav de definitie van Social Media komen?
  • Is Social Media niet gewoon een tool en gaat het eigenlijk niet om wat anders? Ergens las ik dat studenten zich in de klas vervelen, dat lessen niet aansluiten bij de belevingswereld van studenten. Is de bovenliggende vraag niet dat het onderwijs beter moet aansluiten op de belevingswereld van studenten. Dat deze vraag met docenten uitgewerkt wordt en dat vervolgens gekeken wordt in hoeverre Social Media hierbij een rol kan spelen?
  • Volgens Fullan Page 30: There at least three components or dimensions at stake in implementing any new program or policy: (1) the possible use of new or revised materials (instructional resources such as curriculum materials or technologies), (2) the possible use of new teaching approaches (new teaching strategies or activities), and (3) the possible alteration of beliefs (pedagogical assumptions and theories underlying particular new policies or programs) .
  • Voldoet jouw innovatie aan bovenstaande punten? Ik heb het idee van niet. De voorbeelden in 1.2.1. voldoen volgens mij niet aan deze voorwaarden. ik geloof dat je dat zelf ook wel aangeeft. Vervolgens worden er T-pack trainingen aangeboden, maar zullen deze bijdragen tot een innovatie volgens bijgaande definitie? Ik betwijfel dat.
  • Je stip even het connectivisme aan. Indien je dit gaat implementeren dat gaat het werkelijk om een innovatie. Zelf ben ik ook met connectivisme beziggeweest zie tweede filmpje post http://massinks.nl/mli/sccs-model-en-connectivisme-2/.  Echter  verschillende onderzoekers, waaronder Verhagen (2006), Rubens (2006), Kop & Hill (2008) stellen, dat het connectivisme geen nieuwe leertheorie is, maar eerder een op de nieuwe technologie aangepaste versie van het sociaal constructivisme. Connectivisme is op dit moment nog omstreden als leertheorie.
  • In 1.2 analyseer je de initiatie fase op basis van de ster van FUllan (plz 70). Voor mij is de innovatie nog niet duidelijk. Ook het draagvlak onder docenten lijkt dubieus. Volgens mij trek je geen duidelijke conclusie m.b.t. de initiatiefase, maar ik zou denken dat deze nog niet afgerond is. Dat is alleen maar mooi, want dan kan jij zinvolle adviezen geven 🙂
  • Bij de implementatiefase zijn need en clarity niet echt duidelijk?
Misschien draaf ik door, maar als ik dit stuk lees en tussen de regels lees?, dan is dit een innovatie die volgens Fullan gewoon niet gaat lukken. En vraagt dat om een echt andere aanpak. Hierbij denken aan beginnen van een Professional Learning Communitie (Fullan, blz 148). Belangrijk onderdeel hierbij is het gezamenlijk vinden van shared meaning ten aanzien van de inzet van Social Media, of zit daar toch niet een vraag boven? Vervolgens gaat het om het vinden van steun (Capacity building) welk door zowel Fullan als Weggeman als zeer belangrijk aangemerkt worden. Het innoveren by doing, weinig plannen. Of om met Hattie te spreken “The only thing what should matter is the impact a teacher has on the student”. Hierbij kom je vanzelf op Social Media uit om impact te creëren.
Is een belangrijk bij de inzet van social media ook niet dat de grens tussen formeel en informeel onderwijs vervaagd?
Volgens Fullan page 13: “In fact, I will show that, ironically, in many ways the more committed an individual is to a specific form of change, the less effective he or she will be in getting others to implement it.”
Moet jij je als social media enthousiasteling zo min mogelijk met de innovatie bezighouden. 🙂 . Bovenstaande zin is voor mij de belangrijkste eye opener van het boek.
Patrick, ik hoop dat je wat aan mijn opmerkingen hebt. Ik vond het prettig je stuk te lezen, alleen al omdat het zo herkenbaar is. En volgens mij ook wel reflecteert hoe moeilijk  innovatie in het onderwijs is.
Referenties:
Fullan, M. (2007). The new meaning of educational change. New York: Teachers College Press.

Document Patrick : nieuwe-media-in-het-onderwijs
Tagged with:

Mathieu Weggeman online

Mathieu Weggeman over de kracht van het niets doen. De eerste 3 minuten zijn bijna hilarisch. Vervolgens zijn steekwoorden: collectieve ambitie, houding tav werken, Het gaat er niet om wat je doe, maar waarom je iets doet, de jonge lui van tegenwoordig willen een zinvolle bijdrage leveren (spreekt mij heel erg aan), niets doen als leidinggevende kan zoveel opleveren. Vervolgens ook zijn positieve kijk op de huidige jeugd. Kortom gaat niet direct over onderwijs, maar aan de andere kant eigenlijk toch weer wel.

Rond minuut 10:50 komt het boek “leiding geven aan professionals, niet doen” aan bod.

 Korte video (2 min)  over “Leidinggeven aan professionals – Mathieu Weggeman”

Samenvatting “onderwijs vraagt leiderschap”, weggeman beging bij minuut 3 tot minuut 8. “Command / planning en control” werkt niet bij kenniswerkers en dus docenten. Alleen bij docenten die niet meer goed zijn in hun vak dan is het juist wel nodig planning en control toe te passen. Bij minuut 6 het beroemde “mee-stribbelen”

Tagged with:

John Hattie online

Presentatie door Hattie, met dank aan medestudent Adrei
Interview met John Hattie over visible learning. Wat Hattie vooral belangrijk is “What impact does teachers have on students learning” All the rest wil follow.  Hattie had liever ook genoemde zin van als titel van het boek gezien, dat was echter niet toegestaan door de uitgever.
Een panel met zowel hattie als fullan. Vooral Hattie is aan het woord. Heeft hij altijd paarse hemden?
Tagged with:

Links naar lesmateriaal

De links naar het lesmateriaal zijn op de bestaande blog wat verspreid, hierbij een poging deze te clusteren.
Standaarddeviatie etc


http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/10/15/statistische-verwerking/
Bijeenkomst 0 op 17 september

http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/09/17/bijeenkomst-17-september/
Bijeenkomst 1 op 24 september

http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/09/23/studiekring-24-september/

http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/09/19/werken-aan-onderwijsvernieuwing/
Bijeenkomst 2 op 1 oktober

http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/09/30/programma-1-oktober-2013/
Bijeenkomst 3 op 15 oktober

http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/10/15/sheets-bijeenkomst-3/

http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/10/09/marin-van-gent-over-de-duurzaamheidsfabriek/
Bijeenkomst 4 op 5 november

http://mliroterdamla320132014.wordpress.com/2013/10/15/college-adviseren-in-onderwijssituaties-5-november-2013/
Tagged with:

Samenvatting Fullan

Mijn samenvatting van : Fullan, M. (2007). The new meaning of educational change. New York: Teachers College Press.

De vorm dit ik aangehouden heb is het opschrijven van volgens mij belangrijke zinnen uit het boek (hfst 1 t/m 7) en daar eventueel opmerkingen bij te plaatsen. Hierbij refereer ik ook naar de onderwijskundige situatie waarin ik mij op dit moment bevind.Vertaling van enkele belangrijke woorden:
bias: vooringenomenheid, vooroordeel, neiging, effect.
incentive: prikkel, aansporing, stimulans.

accountability: verantwoording, verantwoordelijkheid.

advocate : pleitbezorger, voorstander, belangenbehartiger

 

Op basis van de onderstaande teksten hierbij een poging tot een samenvatting van de samenvatting in eigen woorden te komen.

De onderwijswereld is een zeer complex systeem, met docenten die vaak te veel werk hebben (gevolg day to day focus), maar ook vaak te veel op hun eigen werk/klas/vak gericht zijn, met leiders die ook te veel werk hebben en met een buitenwereld die steeds meer eisen stelt. Om tot innovatie te komen gaat het vooral om het vinden van een gezamenlijke betekenis / doel (meaning). Belangrijk startpunt hierbij is het creëren van een cultuur waarin samenwerking, uitwisselen van kennis etc mogelijk zijn. Iedere deelnemer (docent) moet de kans krijgen om mee te groeien en vorm te geven aan deze cultuur. Trekkers / voorloper / early adapters / enthousiastelingen / fanatieke leiders / kunnen hierbij juist een bottleneck zijn omdat ze de andere deelnemers de kans ontnemen zich te identificeren met de te bouwen cultuur. Fullan geeft allerlei richtlijnen voor initiatie, implementatie en behouden van innovatie.  Volgens mij zeer belangrijke middel hierbij is het creeren van Professional Learning Communities met daarin docenten en leiders om tot een gezamenlijke meaning te komen. Verder kan men pas over echte innovatie spreken indien zowel curriculum (lesmateriaal), onderwijs systeem als beliefs docenten veranderen. En innovatie zou zich niet alleen tot de school maar bij voorkeur tot meerdere scholen moeten richten. Bij uitvoering van innovatie gaat het vooral om het doen, vooraf plannen moet minimaal zijn. Door (samen) dingen te doen, ga je erover nadenken en kom je uiteindelijk toe nieuwe (gezamenlijke) inzichten. Het eindresultaat van een innovatie is vooraf zelden te voorspellen.

 

Chapter 1 and 2 The meaning of Educational Change
page 11: “There is an important distinction to be made between innovation and innovativeness. The former concerns the content of a given new program, while the the latter involves the capacities of an organization to engage in continuous improvement.”

 

Mijn opmerkingen: Deze stelling komt in verschillende vormen alsmaar terug, langzamerhand wordt in het boek duidelijk dat wellicht de laatste het belangrijkste is.

 

page 13: “In fact, I will show that, ironically, in many ways the more committed an individual is to a specific form of change, the less effective he or she will be in getting others to implement it.”

 

Mijn opmerkingen: De zin die het meeste indruk op mij heeft gemaakt. Ik denk dat ik zo iemand ben. Ik ervaar in mijn werk ook wel dat collega’s heel vaak niet in mij ideeën meegaan. Later in het boek wordt dit ook wel meer geduid. Mij les is dat ik mij bij de komende innovatie binnen de Delta Academy zeer bescheiden ga proberen op te stellen.

 

page 20: The crux of change is how individuals come to grips with reality. We vastly underestimate both what change is and what factors and processes account for it.

page 20: Finally, let me stress at the outset that meaning has both moral and intellectual dimensions.

 

 

page 21: (1) THE GENERAL PROBLEM OF THE MEANING OF CHANGE.
page 21: While there is a difference  between voluntary and imposed change, Marris (1975) makes the case that all real changes involves loss, anxiety, and struggle.

page 21: New experiences are always reacted to initially in the context of some “familiar, reliable construction of reality” in which people must be able to attach personal meaning to the experiences, regardless of how meaningful they might be to others.

page 22: Any innovation “cannot be assimilated unless its meaning is shared

page 23: …our understanding of educational change in two senses, one concerning the meaning of change, and the other regarding the process of change

page 23: The anxieties of uncertainty and the joys of mastery are central to the subjective meaning of educational change and to the success or failure thereof.

 

Mijn opmerkingen: Accepteer dat verandering gepaard gaat met angst, verlies en strijd.

 

page 22: For the reformers have already assimilated these changes to their purposes, and worked out a reformulation which makes sense to them, perhaps through months or years of analysis and debate. If the deny others the chance to do the same, they treat them as puppets dangling by the threads of their own conceptions.

 

Mijn opmerkingen: Hierbij voel ik mij ook weer zeer aangesproken. Zelf heb ik de afgelopen jaren genoeg ideeen ontwikkeld hoe het “beter” kan. Mijn collega’s hebben bij een innovatie het recht (noodzaak) om zelf ook die ontwikkeling te doorlopen.

 

page 24: (2) THE SUBJECTIVE MEANING OF EDUCATIONAL CHANGE
page 24: This “classroom press” affects teachers in a number of different ways: It draws their focus to day-to-day effects or a short-term perspective ; it isolates them from other adults, especially meaningful interaction with colleagues ; it exhausts their energy; and it limits their opportunities for sustained reflection.
Page 25: …..restructuring (which can be done by fiat) occurs time and time again, whereas reculturing (how teachers come to question and change their beliefs and habits) is what is needed
Page 28: The amount of energy and time required to learn the new skills or roles associated with the new innovation is a useful index to the magnitude of resistance
Page 29: Lack of focus and clarity represents the too-loose problem. Directly addressing this problem, as many jurisdictions have done, with standards-based reform gets us into the dysfunctions of the too-tight solution.
Page 29: Two basic conclusions: First, change will always fail until we find some way of developing infrastructures and processes that engage teachers in developing new knowledge , skills, and understandings. Second, it turns out that we are talking not about surface meaning, but rather deep meaning about new approaches to teaching and learning.

 

Mijn opmerkingen: De docent wordt nog uitgebreid behandeld in hoofdstuk 7. De min of meer filosofische vraag is wat mij betreft nog wel in hoeverre de docent ook zelf verantwoordelijk is voor het ontstaan van een dergelijke werksituaties. Wil ik ook gewoon niet teveel?

 

page 29: (3) THE OBJECTIVE REALITY OF EDUCATIONAL CHANGE
Page 29: Change often is not conceived of being multidimensional
Page 30: There at least three components or dimensions at stake in implementing any new program or policy: (1) the possible use of new or revised materials (instructional resources such as curriculum materials or technologies), (2) the possible use of new teaching approaches (new teaching strategies or activities), and (3) the possible alteration of beliefs (pedagogical assumptions and theories underlying particular new policies or programs)

Page 37: …..in materials, teaching approaches, and beliefs, in what people do and think are essential if the intended outcome is to be achieved.

 

Mijn opmerkingen: Zoals ik het lees kan er alleen dan change optreden indien zowel niet materiaal wordt ontwikkeld, nieuw onderwijsaanpak en veradering van de beliefs van de docent. Dat is nogal wat.

 

page 37: (4) SHARED MEANING AND PROGRAM COHERENCE.
page 38: “shared meaning” among teachers and others characterized those schools that were continually improving.

page 40: Too many reformers have failed because they “knew” the right answer. Succesful change agents learn to become humble. Succes is no just about being right; it is about engaging diverse individuals and groups who likely have many different versions about what is right and wrong

 

 

Chapter 3 Insights into the Change Process
page 41: ….people learn not by doing per se but by thinking about their new doing.

page 41:… counter-intuitive findings that (1) behaviors and emotions change before beliefs-we need to act in a new way before we get insights and feelings related to new beliefs- and (2) the size and prettiness of the planning document are inversely related to the amount and quality of action, and in turn to student achievement, and (3) shared vision or ownership (which is unquestionably  necessary for success) is more of an outcome of a quality change process than it is a precondition for success

 

 

page 44: The elements of successful change

  1. Define closing the gap as the overarching goal
  2. Attend initially to the three basics
  3. Be driven by tapping into people’s dignity and sense of respect.
  4. Ensure that the best people are working on the problem
  5. Recognize that all successful strategies are socially based, and action orientated-change by doing rather than change by elaborate planning
  6. Assume that lack of capacity is the initial problem and then work on it continuously
  7. Stay the course through continuity of good directions by leveraging leadership
  8. Build internal accountability linked to external accountability
  9. Establish conditions for the evolution of positive pressure
  10. Use the previous nine strategies to build public confidence

Page 53: …variations in student achievement are greater across classrooms within a school than across schools.

 

Mijn opmerkingen: De 10 stappen zijn vooral bedoeld voor het verbeteren van basis en/of middelbaar onderwijs. In hoeverre is dit te gebruiken voor de Delta Academy? Stap 1 zou het verzorgen van rendabel onderwijs kunnen zijn? Alleen wat te nemen voor stap2.

 

Chapter 4 Causes and Processes of initiation
page 65: There are  two basic ways to look at educational reform. one is to examine and trace specific innovations to see how they fare, and to determine which factors are associated with success (innovation-focused approach). The second way is to turn the question on its head and ask how we develop the innovative capacity of organizations and systems to engage in continuous improvement (capacity-building focus). These are not mutually exclusives approaches.  They can feed on the other.

 

 

page 66:41

 

Mijn opmerkingen: Vaak worden er verschillende innovaties op verschillende niveaus tegelijktijd uitgevoerd, de innovaties zijn in concurrentie met elkaar

 

page 70: Factors affecting initiation42

 

Mijn opmerkingen: Bij 8, sommige scholen zijn bereid om bureaucratische innovaties te aanvaarden (indien betaald door iemand anders), waardoor scholen een beter imago krijgen. Zolang ze de innovaties zelf maar niet hoeven te implementeren. Het politieke en de symbolische waarde zijn dan belangrijker dan de werkelijke uitvoering.

 

page 75: “innovation paradigm” which in effect traces the development and implementation of formally initiated innovations, is biased because it misses the thousands of small innovations that individual and small groups of teachers engage in every day. There is a strong body of evidence that indicates that teachers are often the preferred source of ideas for other teachers. On the other hand, the evidence is equally strong that opportunities for teachers to interact with one another are limited.

 

 

Chapter 5 Causes and Processes of Implementation and Continuation
page 85: …educational change is a learning experience for the adults involved

 

 

page 87: Factors related to Characteristics of the Change51

 

 

page 104: Perspectives on the change process. The first is that the crux of change involves the development of meaning in relation to a new idea, program, reform, or set of activities. Meaning has both cognitive (knowledge) and affective (moral) dimensions. Both must be cultivated and connected. And it is individuals working in interaction with others who have to develop new meaning……

 

 

Chapter 6 Planning, Doing, and Coping with Change
page 108: Faulty Assumptions and Ways of Thinking About Change. It fails to take into account local context and culture; It is dangerously seductive and incomplete; and too much emphasis is placed on the planning relative to the action part. One of the initial sources of the problem is the commitment of reformers to see a particular change implemented.

page 108: The adage, “Where there’s a will there’s a way,” is not always an apt one for the planning of educational change. There is an abundance of wills, but they in the way rather than pointing the way. …. but vision by itself may get in the way if it results in impatience, failure to listen, and so on. …. Hypothesis that leadership commitment to a particular version of a change is negatively related to the ability to implement it.

 

Mijn opmerkingen: Kortom het concept van de dictator die keuzes maakt (voor de Delta Academy heb ik momenten gehad, dat ik daar behoefte aan had) werkt ook al niet

 

page 115: …. what works for both equity and excellence “are monitoring, evaluation, values, beliefs, and implementation-not one more stack of beautifully bound documents.

 

 

page 119: Planning and Coping61

 

 

page 119 : Coping with change (III and IV).
The major initial stance should involve critical assessment, that is, determining whether the change is desirable in relation to certain goals and whether it is “implementable” – in brief, whether it is worth the effort, because it will be an effort if it is at all worthwhile.

page 121 : Planning and Implementing Change (I en II).

What assumptions about change should we note? How can we plan and implement change more effectively?

page 122 : implementation principles from evidence-based management

  1. Treat your organization as an unfinished prototype
  2. No brag, just facts
  3. Master the obvious and the mundane (alledaagse. aardse)
  4. See yourself and your organization as outsiders do
  5. Power, prestige and performance make you stubborn, stupid, and resistant to valid evidence
  6. Evidence-based management is not just for senior executives (it must be permeate all levels of the organization)
  7. Like everything else, you still need to sell it
  8. If all else fails, slow the spread of bad practices
  9. Yhe best diagnostic question: What happens when people fail?

 

 

Chapter 7 The teacher
Mijn opmerkingen: Het hoofdstuk begint met een heel relaas waarin de moeilijke omstandigheden aangetoond worden, waaronder een docent moet werken. Heb ik hier niet herhaald. Ik focus op de mogelijkheden tot verandering. de directe invloed van docenten op leerresultaten is enorm. Een scholier die 3 goed docenten achterelkaar heeft is veel beter af dan 3 slechte docenten.

 

page 138: In an indirect sense, teachers need to increase their capacity for dealing with change because if they don’t, they are going tot continue to be victimized by the relentless intrusion of external change forces.

 

 

page 139: Summary of the main school-based elements associated with the succesful “learning-enriched”work environments.71

 

 

page 147: …. while strong departmens evidence teachers who see themselves as lifelong learners.

 

 

page 147 / 148: Collaboration is powerful, which means it can be powerfully bad as well as powerfully good. 72

 

 

page 148: Developing Professional Learning Communities.
There are five critical elements that underpin effective PLC: reflective dialogue, deprivatization of practice, collective focus on student learning, collaboration, and shared norms and values. Then they identify two major sets of conditions. One is “structural” – in particular, time to meet and talk, physical proximity, interdependent teaching roles, communication structures, and teacher empowerment and school autonomy. The other condition is “social and human resources”(culture)

 

 

Chapter 8 The Principal
page 160: These principals had (1) an “inclusive, facilitative orientation”; 92) an “institutional focus on student learning”; (3) “efficient management”; and (4) “combined pressure and support” They had a strategic orientation , using school improvement plans and instructional focus to “attack incoherence.”

 

Mijn opmerkingen: Ook hier wordt net als bij de docent aangegeven dat het vaak een bijna onmogelijke baan is.

 

page 164: components of School capacity :

  1. Teachers knowledge, skills, and dispositions
  2. Professional community
  3. Program coherence
  4. Technical resources
  5. Principal leadership

 

 

page 165: lessons for principals

  1. Dramatic individual change is possible
  2. One good experience can jump-start a continuous learning ethos
  3. Ongoing support is needed if leaders are to influence student learning
  4. Training should encompass the the team as well as the individual principal
  5. Direct, practical help in data driven decision making is especially critical in the current policy environment
  6. Practice what you preach
  7. A little bit of money goes a long way
  8. For a long-term impact, build a community of leaders
  9. Use the community of leaders to retain successful leaders
  10. Use inspiring leadership models to recruit new leaders

 

 

page 169: Well, students in schools led by principals who foster strong professional communities are much more likely to encounter three good teachers in a row.

 

 

 

 

Tagged with:
Top